Thema: Digital Twins

Digitale tweelingen zijn de volgende stap in het overbruggen van de fysieke en virtuele wereld door fysieke ‘activa’ uit de echte wereld te koppelen aan virtuele representaties van zichzelf met in twee richtingen communicatie van data en informatie. Deze ‘activa’ kunnen levende (bijv. Planten, dieren, mensen) of niet levende (bijv. Gebouwen, toeleveringsketens, productie, industrie) componenten, entiteiten, processen of fenomenen van microbiële tot op wereldschaal. Een digitale tweeling is een digitale replica die gegevens verzamelt, verwerkt, opslaat en deelt vanuit de werkelijkheid, hetzij via metingen (bijv. met sensoren) of gegenereerd door ‘procesmodellen’. Maar kan ook specifieke functies of taken uit voeren om scenario’s te verwerken. Hoewel een digitale tweeling het gemeenschappelijk doel heeft om, liefst real-time, handelingsperspectief te bieden, zal er in de praktijk voor ieder specifieke opgave of vraag een op maat gemaakte digitale tweeling ontworpen moeten worden die zich richt op die specifieke problemen en opgaven.

Gezien de vele soorten Digital Twins, inclusief hun functionaliteit en impact op de leefomgeving is het belangrijk om een kader te hebben om daarin digitale tweelingen te positioneren en dat eveneens overdraagbaar is naar een range van gebruikers. De gebruikers en ontwikkelaars moeten niet alleen weten wat Digital Twins zijn, maar ook wat ze moeten kunnen. Met een dergelijk kader of raamwerk is het mogelijk om een specifieke Digital Twin te typeren. Voor dit typeren is een ‘Maturity model’ ontwikkeld, waarmee een ‘maturity’ level wordt gekoppeld aan de digitale tweeling. Het volwassenheidsniveau geeft enerzijds aan wat de huidige status is in een ontwikkelingstraject, maar kan ook gebruikt worden om aan te geven tot op welk niveau het realistisch is de digitale tweeling te kunnen realiseren. Hiermee kan ook de ambitie en de verwachting op het juiste niveau worden geschaald en helpt om realistische projectdoelen te stellen. Ook in de communicatie voorkomt het dat te hoge verwachtingen contraproductief gaan werken. Uiteindelijk verduidelijkt dit wat een digitale tweeling kan doen en bepaalt het of het haalbaar, verstandig of noodzakelijk is om een digitale tweeling voor een bepaald probleem te ontwikkelen.

In deze workshop presenteren we dit raamwerk om een Digital Twin met een volwassenheidsindex te classificeren. Het is een indicatie van zowel een natuurlijke als opeenvolgende ontwikkeling naar meer complexe stadia aangeeft. Bij de lage volwassen-heidsniveaus voert de gebruiker van de Digital Twin zelf nog relatief veel handelingen uit. Naarmate een Digital Twin op een hoger niveau uitkomt, volwassener wordt, worden meer en meer handelingen van de gebruiker, ondergebracht bij de virtuele tweeling, totdat het proces, wanneer mogelijk, volledig autonoom is.

Presentatoren: Brett Metcalfe, Jandirk Bulens

mei 24 @ 13:00
13:00 — 13:45 (45′)

Dexter 24

Brett Metcalfe | Wageningen University & Research, Jandirk Bulens | Wageningen University & Research